De dag dat de euro overleed

Zou Europa's valuta kunnen instorten? En wat zou er dan gebeuren? Sean O'Grady stelt zich een toekomst voor waarin de lidstaten de klok terugdraaien.

Gepubliceerd op 3 december 2010 om 16:29

Berlijn, 29 september 2013. Angela Merkel is met een verpletterende meerderheid herkozen tot bondskanselier. In de schaduw van de Brandenburger Tor straalt "het meisje dat Duitsland redde" te midden van een groep aanhangers.

Na een paar dankwoorden en met een voor haar ongebruikelijk theatraal gebaar, haalt kanselier Merkel een nieuw honderd markbiljet uit de zak van haar jasje. Ze zwaait ermee naar de menigte, die juichend haar goedkeuring uit. Iedereen begrijpt de boodschap: hun euronachtmerrie is voorbij. Iets meer dan twee jaar geleden kwam er een eind aan.

De start van de gebeurtenissen van 16 september 2011, "de dag dat de euro overleed", zou haast niet dramatischer kunnen zijn. De doodsklap voor de geloofwaardigheid van de euro kwam immers niet na weer een roerige dag of een grote topontmoeting, maar van een groep rechters van het Duitse constitutioneel hof in Karlsruhe.

In een vergaderruimte met weinig frisse lucht, slechts gedecoreerd met een Duitse vlag, executeerden drie Duitse juristen van middelbare leeftijd de Europese eenheidsmunt met net zoveel nonchalance als waarmee ze een nieuwe wet op gevaarlijke honden zouden goedkeuren. Voor de Duitse regering was het "onconstitutioneel" om de rest van Europa te blijven financieren: "De aanmunting van extraterritoriale schuldinstrumenten schendt de grondwet van de Federale Republiek." En daarmee viel het doek voor de euro.

Nu ook regeringen zonder geld

Het hof deed zijn uitspraak om 11.11 uur. Tegen de middag had bijna iedere bank in de eurozone zijn deuren gesloten. Geldautomaten gaven al snel geen geld meer omdat doodsbange klanten hun spaargeld cash in handen wilden hebben. Net als een huiseigenaar die zijn hypotheek niet langer kan opbrengen, zagen de banken zich gedwongen hun sleutels aan de nationale banken terug te geven. En weer werd het een probleem van de regering. Met dit verschil dat nu ook de regeringen zonder geld zaten.

Over het hele continent liep het grote internationale monetaire raderwerk vast. De gebruikelijke betalingsmechanismen voor het laten passeren van schulden- en creditcardtransacties, directe afschrijvingen, uitstaande orders en cheques functioneerden niet langer omdat banken weigerden de betalingen van hun klanten aan te nemen. Net als het rioleringsstelsel onder hun huizen, beschouwden de Europeanen de gezondheid van hun banken als iets vanzelfsprekends; pas toen het systeem blokkeerde, werden ze geconfronteerd met de helse stank.

In Parijs, Frankfurt en Londen en vervolgens overal ter wereld, werden op de beurzen de grootste neergang sinds de jaren dertig geregistreerd. Een nieuwe economische ineenstorting werd als vaststaand feit geaccepteerd. De haast waarmee euro's in de voorafgaande weken werden verkocht, ontwikkelde zich nu tot blinde paniek. Zelfs de grootste financiële leek kreeg in de gaten dat de oude euro waardeloos werd omdat de waarde niet langer bepaald kon worden. Er zou nog iets gered kunnen worden als de euro zou worden teruggewisseld naar in ere herstelde nationale valuta. Maar voor veel spaarders in de EU, en voor de houders van Ierse, Griekse, Spaanse en Italiaanse staats- en bankobligaties, was het onmogelijk te zeggen hoeveel dat zou zijn. Ze wisten alleen maar zeker dat het minder was.

Gerry Adams op solidariteitsbezoek

De eerste ruiten werden ingegooid in Madrid, minuten nadat het kantoor van het ministerie van Financiën werd geplunderd. De oproerpolitie en ordetroepen twijfelden eerst over wat ze moesten doen, maar toen er bloemen in hun geweerlopen werden gestoken, schaarden zij zich aan de kant van de menigte. De gezinnen van de soldaten en agenten hadden in de afgelopen jaren immers zwaar geleden onder de mislukte bezuinigingsmaatregelen. De Spaanse staat schudde op zijn grondvesten. Ondanks de maatschappelijke onrust in Catalonië zwoer José Luis Zapatero's regering "er alles aan te zullen doen" om de Spaanse eenheid te bewaren. De Ierse minister van Buitenlandse Zaken, Gerry Adams, op "solidariteitsbezoek" in Barcelona, keek ongemakkelijk tijdens een fotosessie in een vernielde bank terwijl er buiten ergens een bom ontplofte. De Catalanen verklaarden eenzijdig hun onafhankelijkheid. Aan het eind van de middag traden de premiers van Estland en Portugal af. Griekenlands kredietwaardigheid zakte onder die van Malawi.

En toch waren de Europese politici niet volledig onvoorbereid. Sinds de eerste Griekse soevereine schuldencrisis in mei 2010, waren ze begonnen "na te denken over het ondenkbare." Na de opeenvolgende reddingsoperaties voor Ierland in november 2011, Portugal in december, en Spanje in januari 2012 raakte het geld uit het Europese reddingsfonds op toen Silvio Berlusconi om meer vroeg. België was het eerste land waaraan hulp werd geweigerd, omdat het geen permanente regering had en het binnenkort wellicht helemaal geen natie meer zou zijn. En net als de Catalanen, grepen de Vlaamse separatisten hun kans.

Toen gingen de EU-leiders over op "Plan B". Kanselier Merkel had daar op aangedrongen omdat "het geduld van Duitsland op" was.

Nieuwe Euro vervangt oude

Eerst werd de oude euro automatisch vervangen door de Nieuwe Euro, die tachtig procent van de oude euro waard was. Alle schulden en spaartegoeden zouden daarop worden aangepast, wat de waarde ervan een flinke slag toebracht.

Maar daarmee was het leed van de inwoners van de zwakkere economieën nog niet geleden. De nieuwe euro was immers vooral een brug naar de herinvoer van de oude nationale valuta. De nieuwe euro was in feite niet meer dan een "rekeneenheid", een mandje van nationale valuta's die binnenkort opnieuw in gebruik zouden worden genomen, maar die nu in de nieuwe euro lagen besloten tegen een vaste waarde. Een waarde die in veel gevallen laag uitviel en die nog lang gedevalueerd zou worden. Toen op 1 januari 2012 de nieuwe nationale valuta's weer werden ingevoerd, werd de nieuwe euro vrijelijk ingewisseld tegen nieuwe drachmen, nieuwe ponden, nieuwe escudo's, nieuwe Belgische franken, nieuwe peseta's enzovoort. De burgers uit deze landen kwamen er echter al snel achter dat ze met de stapel biljetten die ze kregen, veel minder konden kopen dan met nieuwe euro's en nog minder dan met de oude euro. Sommigen gingen voor meer dan vijftig procent in koopkracht erop achteruit.

Slovenië, Slowakije, Malta en het deel van Cyprus dat niet door Turkije werd bezet waren in 2013 de enige landen waar de nieuwe euro nog steeds gebruikt werd; een financiële curiositeit in plaats van wereldreservemunt.

Toiletvaluta

Maar in Duitsland, Finland, Oostenrijk, Nederland en een paar andere landen, werd het armoedetij gekeerd. Opeens bleken consumenten er voordeel bij te hebben om hun nieuwe Deutschmarken, Finse marken, schillings en guldens uit te geven. Frankrijk probeerde de waarde van zijn "franc fort 2" tegenover de mark te handhaven, met wisselend resultaat. Tijdens "mijn laatste persconferentie" in mei 2012 bestempelde een uitgeputte president Sarkozy de valutaspeculanten en journalisten tot "idiote pedofielen": "Heren, het gesol met Sarko is voorbij". Hij verloor het presidentschap aan Dominique Strauss-Kahn, het voormalig hoofd van het IMF die naar zijn geboorteland Frankrijk terugkeerde om de strijd om het Elysée aan te gaan. DSK's slogan was: "Ik heb nooit in de euro geloofd."

In Groot-Brittannië werd de doodsstrijd van de euro vanuit een perfect geïsoleerde positie geobserveerd. Politici die het pond buiten de euro hadden weten te houden, werden daar alsnog voor bedankt. Een fragiele Margaret Thatcher werd in haar rolstoel naar buiten gereden om de bedankjes van een kleine menigte eurosceptici in ontvangst te nemen. Want was het oorspronkelijk niet haar stelling dat de euro economisch gezien niet alleen slecht zou zijn voor Groot-Brittannië maar voor iedereen in Europa?

Kort nadat de euro in 1999 werd ingevoerd noemde een onbekende valutahandelaar in Londen de munt een "toiletvaluta". In niet veel meer dan één decennium was de munt weggespoeld.

In Delhi en Beijing haalde het nieuws nauwelijks de voorpagina's.

Tendens

De mogelijke terugkeer van de Duitse mark

Degenen die de val voorspellen weten het al: de Deutschmark staat op het punt terug te keren. "Het is slechts een kwestie van weken", liet de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung onlangs weten. De krant baseert zich op de opvattingen van Walter K. Eichelburg. Deze zelfverklaard financieel expert uit Wenen meent tijdens zijn seminars en op zijn forum Hartgeld.com "een aandachtig publiek in de internetgemeenschap” te hebben gevonden “dat sinds de eerste reddingsoperatie van een Europees land in een chronische staat van opwinding verkeert.”

Eichelburg stelt dat bestuurders met hoge politieke en financiële functies hem hebben toevertrouwd dat "het hoofd van de Bundesbank [Axel Weber] sinds eind 2009 aan zijn vertrouwelingen versgedrukte markbiljetten uitdeelt." Angela Merkel zou in mei 2010, onder druk van Franse president, een stap terug hebben gedaan en opdracht hebben gegeven alle biljetten die al verspreid werden, in te zamelen om ze op een veilige plek te kunnen bewaren.

Eichelburg raad zijn klanten aan te beleggen in goud en organiseert overlevingscursussen waar zijn aanhangers leren hoe ze vlees moeten roken of zich kunnen redden zonder elektriciteit. De cursus wordt overigens nog steeds gefactureerd in euro's.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp