Gisteren heeft de Spaanse voetbalselectie de wereldtitel veroverd door in de finale de Nederlandse ploeg te verslaan. Het is de grootste overwinning in de Spaanse voetbalgeschiedenis. Deze kan worden toegevoegd aan het rijtje van andere, niet minder belangrijke, zeges, en geeft Spanje een plek in de voorhoede van de hoogste klasse van allerlei sporten: basketbal, tennis, wielrennen en de Formule 1. Ondertussen worden de sporters overladen met complimenten, voor de door hen geboekte resultaten, maar vooral ook voor hun teamgeest.
Sinds een paar jaar gelooft het Spaanse elftal in het idee dat prestaties voortkomen uit een goede planning, de selectie van de beste spelers, de voorrang van het algemeen belang boven het individualisme, het werk van uitmuntende leidinggevenden en het gezamenlijk nastreven van doelen, die nu op het WK 2010 op spectaculaire wijze zijn bekroond.

"Spanje zou zichzelf makkelijker accepteren met leiders die het verdient"
Het elftal is een metafoor voor wat Spanje zou kunnen zijn, als we ervan uitgaan dat we bereid zijn om dezelfde principes toe te passen dan die hen van de ene overwinning naar de volgende hebben geleid. Het zou goed zijn als het gemeenschappelijke enthousiasme over het Spaanse elftal een opstapje zou zijn voor de Spaanse maatschappij om de huidige problemen op te lossen. Ons land zou moeten lijken op deze groep jonge mensen – waartoe ook Gasol [basketbal], Nadal [tennis], Pedrosa [motorsport], Alonso [Formule 1] en Contador [wielrennen] behoren – over wie letterlijk iedereen vol bewondering spreekt. We zouden zoals zij te werk moeten gaan. Behalve de voorbeeldfunctie, bieden de sporters met hun successen ons eindelijk een manier om ons zonder omhaal trots te kunnen laten zijn op onze Spaanse nationaliteit. Het zou ongelukkig uitpakken om dit gevoel te veranderen in een Spaans nationalisme dat je tegenover andere nationalistische sentimenten zou kunnen zetten. Maar het zou ook niet redelijk zijn dat al die weken waarin de nationale kleuren zo uitbundig werden getoond, nu van de een op de andere dag zouden eindigen, alsof het rood-geel alleen de kleuren van het elftal zijn en niet die van Spanje. We zouden daarentegen een positieve en constructieve vaderlandsliefde nieuw leven in kunnen blazen, als symbool van de nationale saamhorigheid en de Spaanse identiteit. Deze burgerlijke uitbarsting van ‘Spaansheid’, zou door de maatschappij begrepen moeten worden als een verrijkende waarde, in een periode waarin Spanje een solide basis nodig heeft voor een herstel dat niet alleen economisch van aard is.
Z
We hebben moeten wachten op de wereldbeker om ons op te richten tegen de tegenstander, om een integrerend gevoel van patriottisme te voelen. Ja, het is het nationale elftal geweest dat ons heeft laten zien dat de Spaanse natie alleen maar begrensd wordt door de grenzen die de Spanjaarden zichzelf opleggen.
Opinie
Een maatschappelijk model
Het is een land op zoek naar leiderschap. Met zijn geslaagde en “echte integratie van acht Catalaanse voetballers heeft het Spaanse elftal “een goed voorbeeld gegeven van hoe [de Spaanse filosoof] José Ortega y Gasset de natie definieert: “Een stimulerend samenlevingsproject””, aldus de academicus Ignacio García de Leániz in de Spaanse krant El Mundo. Deze socioloog meent dat ‘La Roja’ "op een kritiek moment onschatbaar prestige heeft gegeven aan het merk Spanje" door blijk te geven van “productiviteit, kwaliteit en innovatie [...] drie dimensies waar onze economie op dit moment gebrek aan heeft”. Wat betreft de trainer, Vicente del Bosque: hij heeft volgens De Leániz blijk gegeven van “kalm leiderschap” en “een les in voorzichtigheid gegeven”. Hij belichaamt het tegenovergestelde van wat Spanje de laatste jaren heeft laten zien, namelijk “een overwinning van de schijn op de werkelijkheid waaruit de ernstige economische, maatschappelijke en institutionele crisis te verklaren valt”.

