Een ijzerertsmijn bij Svappavaara (Noord-Zweden)

Milieuvervuilende mijnbouw kan zijn gang gaan

De omstreden wederopleving van mijnbouw in het uiterste noorden van het land vormt een grote bedreiging voor het milieu en dient uitsluitend de belangen van de industrie. Bovendien zal deze niet de door de regering beloofde voorspoed brengen, schrijft Fokus.

Gepubliceerd op 14 oktober 2013 om 11:33
Een ijzerertsmijn bij Svappavaara (Noord-Zweden)

Even buiten Jokkmokk [in het uiterste noorden van Zweden] in een bos vol struiken met blauwe bosbessen dat wordt omgeven door meren en veengronden speelt zich een van de grootste milieurampen van onze tijd af. Fokkers van rendieren uit Lapland, mensen die van het toerisme leven, wetenschappers en jonge milieuactivisten die uit het zuiden van het land komen: allemaal proberen ze te roeien met de riemen die ze hebben om het buurtschap Kallak te redden van mijnbouwexplosieven en boringen. Het optreden van de politie heeft hun strijdlustigheid niet aan banden gelegd.

Vele omwonenden wachten echter tot de overheid groen licht geeft. De gemeenteraad was ziedend en heeft op niet mis te verstane wijze te kennen gegeven dat de methoden van de milieubeschermers niet door de beugel konden. Toch is er geen andere manier om de ravages die de mijnbouwmaatschappij aanricht, een halt toe te roepen. Sinds 1992 heeft Zweden een mijnbouwwet die speciaal op maat is gemaakt om industriëlen op hun wenken te bedienen. Het doel hiervan is om de productie van delfstoffen te maximaliseren. Bodemonderzoekers krijgen carte blanche en het is een fluitje van een cent om vergunningen aan te vragen bij de Nationale Mijneninspectie, die onder gezag van de Zweedse Geologische Commissie staat.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

In de praktijk danst de overheidsdienst voor de mijnbouw naar de pijpen van de mijnbouwindustrie, maar heeft tevens tot taak om toezicht op haar te houden. De manier waarop de Nationale Mijnbouwinspectie is omgegaan met onwettige boringen waarvan diverse grondeigenaren de dupe zijn geworden, illustreert het probleem van deze ‘dubbele pet’. Na een laatste schending van de wet is de overheid in de touwen geklommen om de maatschappij in kwestie een “laatste waarschuwing” te geven, alsof het ging om een lastig kind dat ze tot de orde riepen.

Een ander voorbeeld is het project van de kalksteenmijn van Ojnareskogen [een bosrijk gebied op het eiland Gotland in het zuidoosten van Zweden]. Een leidinggevende van de Zweedse Geologische Commissie bleek tevens adviseur te zijn bij Nordkalk, een onderneming die bij het project betrokken is. Hij was een van de auteurs van het advies dat de overheid over het project uitbracht, dat een cruciaal document van de milieueffectrapportage was. De hele procedure was doorspekt met zaken die het daglicht niet konden verdragen en zonder de burgerlijke ongehoorzaamheid van de milieuactivisten zou het bos tegenwoordig verwoest zijn.

Nieuwsbrief in het Nederlands

Onderbevolkte gebieden

Burgers hebben niets in de melk te brokkelen bij projecten van mijnbouwmaatschappijen om nieuwe gebieden te exploreren. Ook de eigenaren van de betreffende terreinen kunnen slechts met lede ogen toekijken. Ze kunnen alleen maar hopen dat de milieueffectrapportage ongunstig uitvalt voor de maatschappij in kwestie en dat de exploitatie van het terrein niet van start mag gaan. Het probleem is dat de milieueffectrapportage pas in de laatste fase van het proces om de hoek komt kijken, in een stadium waarin reeds aanzienlijke bedragen zijn geïnvesteerd en verwachtingen zijn gewekt.

De politieke leiders hopen dat de Zweedse economie een graantje mee zal pikken van de hausse in de mijnbouwindustrie, met name in de onderbevolkte gebieden. Het is dan ook des te opmerkelijker dat de staat zijn aandeel in de grondstoffen niet opeist. Bij de inwerkingstelling van een mijn heeft de staat slechts recht op 0,05 procent van de waarde van de delfstoffen. Ter vergelijking: Ghana int 5 procent, India 10 procent en de Canadese provincies ongeveer 15 procent aan soortgelijke heffingen. Australië heeft een speciale mijnbouwbelasting ingevoerd die 30 procent van de winst bedraagt.

Gigantische investeringen

[[In Zweden betalen mijnbouwmaatschappijen alleen vennootschapsbelasting, die onlangs ook nog eens is verlaagd en die multinationals moeiteloos kunnen omzeilen.]] Dan is er nog de belasting op het loon van de werknemers van het bedrijf, maar in het beste geval zijn zij slechts met enkele honderden gedurende de tien tot dertig jaar die de exploitatie van een mijn doorgaans in beslag neemt.

Tegelijkertijd worden gigantische publieke investeringen gedaan in mijnbouwinfrastructuren. Toen de regering bekend maakte welke inspanningen zij zich het afgelopen najaar had getroost, legde de minister-president uit dat onze mijnen het equivalent van olie voor Noorwegen zijn. Maar dat is de wereld op zijn kop, als je weet dat het in werkelijkheid precies andersom is. De strategie van de Noorse politiek op dit gebied is juist niet om in het wilde weg grondstoffen te delven, maar om te kijken naar de economische winsten op de lange termijn. Een redenering die de meeste grondstoffenproducerende landen hebben overgenomen.

Desolate toestand

De gevolgen voor het milieu van het gedurende enkele decennia exploiteren van een mijn kunnen zich over enkele eeuwen uitspreiden. Een berg die een gatenkaas is geworden, kan niet hersteld worden, net als dat we de risico’s voor het milieu niet helemaal kunnen voorkomen. Ook al worden de maatschappijen officieel geacht om de rommel die zij maken weer op te ruimen, het is toch altijd de staat die de meeste risico’s loopt. Het ontmantelen van de mijn van Blaiken, niet ver van Storuman [in het noorden van Zweden] die twee maatschappijen in desolate toestand hadden achtergelaten nadat zij kopje onder waren gegaan, zal de overheid 200 miljoen kroon [23 miljoen euro] kosten.

In 2008 raamde het Zweedse Agentschap voor Milieubescherming de kosten voor het ontmantelen van de oude mijnen en de verwerking van het afval ervan op zo’n 230 tot 350 miljoen euro. Het is onmogelijk om vast te stellen hoeveel de toekomstige rekening zal bedragen van de mijnbouwboom die Zweden momenteel doormaakt. Hoe het ook zij, we kunnen ervan uitgaan dat de boringen die de laatste ongerepte natuurgebieden van Europa aantasten, op een dag beschouwd zullen worden als een grote blunder van de mensheid.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp