In Brussel wordt de laatste tijd de geschiedenis van Polen regelmatig aangehaald. En dan niet de periode van het einde van het communisme en evenmin de geslaagde overgangsfase, maar vooral de periode van “gouden vrijheid” van de Poolse adel in de 17e eeuw. “Denk aan het Poolse Liberum Veto! Het lot van de hele samenleving laten afhangen van een enkele tegenstem heeft immers tot de ondergang van de Republiek Polen geleid!" [in 1795], zo waarschuwde Guy Verhofstadt, Europarlementariër en oud-premier van België.

De opgetogenheid over het Europese principe van “iedereen is gelijk", dat tot uitdrukking komt in de unanimiteit die tot nu toe van toepassing is op het merendeel van de belangrijke Europese besluiten, is in deze kwestie omgeslagen in een ontaarde vorm van aristocratische democratie! Deze verandering legt bovenal de problemen bloot waarmee de ratificatie van de hervormingen van het Europese noodfonds (EFSF) door alle zeventien eurolanden te maken kreeg.

Toch hangt het lot van Griekenland en van de Europese banken die behoefte hebben aan financiële steun van deze hervorming af. Aanvankelijk vormden vooral Nederland en Finland een bedreiging voor de ratificatie, maar uiteindelijk viel de Slowaakse premier Iveta Radicova op dit wetgevende slagveld toen het Slowaakse parlement op 11 oktober weigerde in te stemmen met uitbreiding van het noodfonds.

Barroso verliest voortdurend aan invloed

In Brussel voedt de kwestie in Bratislava het debat over afschaffing van het unanimiteitsprincipe tijdens stemmingen over het noodfonds en over de voorstellen om het stemgewicht van een land (bij economische vraagstukken) in overeenstemming te brengen met zijn financiële bijdrage tot de redding van Europa in tijden van crisis.

Op dit moment wordt over dit alles informeel gesproken: de topontmoetingen tussen Nicolas Sarkozy en Angela Merkel geven de toon aan bij de voornaamste economische hervormingen, die vervolgens worden goedgekeurd door de overige eurolanden (of door alle lidstaten van de EU, indien dit volgens de verdragen vereist is). Als Frankrijk en Duitsland er niet in slagen om overeenstemming te bereiken, wordt er geklaagd over een gebrek aan leadership in Europa. Als ze echter wel een akkoord weten te sluiten, wordt er systematisch geprotesteerd tegen hun dictaat.

De Europese Commissie zou in principe het evenwicht tussen de lidstaten van de EU moeten garanderen. Maar de voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso, verliest voortdurend aan invloed, ten bate van Herman Van Rompuy, president van de Europese Raad [waarin staatshoofden en regeringsleiders zijn verenigd]. Van Rompuy is de onbetwiste meester in diplomatie achter de schermen. Hij reist voortdurend heen en weer tussen de voornaamste hoofdsteden, op zoek naar het compromis buiten EU-procedures om en op flinke afstand van de Europese Commissie.

Kloof tussen harde kern en de overige landen

Binnenkort zal Van Rompuy de leiding van de topontmoetingen van de eurozone op zich nemen (Berlijn en Parijs hebben zijn kandidatuur in augustus al goedgekeurd), waarbij hij in hiërarchie boven Jean-Claude Juncker aan het hoofd van de Eurogroep (ministers van Financiën van de eurolanden) komt te staan. Deze groep wordt binnenkort, op verzoek van Fransen en Duitsers, uitgerust met een team van permanente adviseurs en een secretariaat.

“De Europese Commissie is een economisch bestuur van de EU en moet dat ook blijven”, zei Barroso onlangs nog vermanend. Hij vreest dat nieuwe instellingen die aan de Eurogroep worden verbonden beetje bij beetje de macht van de Commissie gaan afsnoepen en economische besluiten zullen nemen buiten het kader van de Europese verdragen om. Parijs is daarentegen tevreden met een toekomstige versterking van zijn invloed in het kleine kringetje van eurolanden, zonder Britten en zonder de vele landen in Midden-Europa, die op het gebied van economisch beleid in het algemeen veel dichter bij Berlijn staan.

De hervorming van de eurozone, waarvan de definitieve contouren dezer dagen worden geschetst, maakt Europa beter bestand tegen economische schokken, maar vergroot ook de kloof binnen de Europese Unie tussen de harde kern (de eurozone) en de overige landen, waaronder Polen. Gezien de om zich heen grijpende crisis zou het echter niet gepast zijn om daartegen te protesteren.