Nog nooit was het zo makkelijk om de vloer aan te vegen met de Europese Unie. In augustus 2008 lapte Rusland alle Europese veiligheidsakkoorden aan zijn laars door Georgië binnen te vallen om zich te wreken voor diens onbezonnen aanval op de hoofdstad van Zuid-Ossetië. Vervolgens presteerde China het in november van datzelfde jaar om zijn top met de Europese Unie uit te stellen uit protest tegen de ontmoeting van de Franse president Sarkozy met de Dalai Lama. Een maand later, toen Israël de Gazastrook aanviel, was de Europese Unie er als de kippen bij om de wederopbouw te financieren, maar zonder Tel Aviv erin te betrekken.

En tijdens de klimaattop van afgelopen december in Kopenhagen spanden de Verenigde Staten en China onder één hoedje om de Europeanen de loef af te steken waardoor een juridisch bindend akkoord over het terugdringen van de CO2-uitstoot van tafel werd geveegd. Barack Obama, die in Europa aanzienlijk populairder is dan in zijn eigen land, deed er nog een schepje bovenop door verstek te laten gaan bij de top tussen de Verenigde Staten en Europa onder het Spaanse voorzitterschap van de EU. En als klap op de vuurpijl wisten de Europeanen niet hoe snel ze hun excuses aan Libië moesten maken nadat de Zwitserse autoriteiten het lef hadden gehad om de zoon van de Libische leider Kadhafi op te pakken vanwege mishandeling.

Spectaculair diplomatiek corps

En dat ondanks een spectaculair diplomatiek corps. Volgens de beschikbare gegevens zijn de 27 lidstaten van de Europese Unie samen goed voor maar liefst 2172 ambassades en 933 consulaten, waarbij nog de 125 delegaties van de Europese Commissie geteld moeten worden. Ter vergelijking: de Verenigde Staten beschikken over slechts honderdzeventig ambassades en 63 consulaten. Om een dergelijke machine goed te laten draaien, hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 lidstaten en de Europese Commissie samen zo’n honderdtienduizend mensen in dienst, van wie de helft nationale ambtenaren (diplomaten en ondersteunend personeel). De andere helft bestaat uit plaatselijk personeel dat in dienst van de delegaties is. De Verenigde Staten hebben een vergelijkbaar aantal diplomaten en ondersteunend personeel in dienst (48.000), maar ze hebben maar achttienduizend plaatselijke werknemers nodig.

Voor iedere ondernemer is de zaak zo klaar als een klontje: met dertien keer zoveel ambassades en consulaten als de Verenigde Staten en drie keer zoveel lokaal personeel rijzen de kosten van de Europeanen de pan uit en blijft hun doeltreffendheid ver onder de maat. De oplossing ligt voor de hand: fuseer, specialiseer per regio of thema, voorkom overlappingen en creëer toegevoegde waarde!

In rep en roer

Sinds enkele dagen is Brussel in rep en roer nadat Catherine Ashton – hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid – haar plan voor de oprichting van een Europese Dienst voor Extern Optreden (EEAS) uit de doeken had gedaan. Dit nieuwe orgaan van de Europese Unie is ingesteld bij het Verdrag van Lissabon en heeft ten doel om de eenheid en samenhang van de Europese diplomatie te verbeteren.

Tot op heden handelde elke land op eigen houtje, maar nu hebben de lidstaten besloten om de handen ineen te slaan en de drie onderdelen van de Europese diplomatie te laten fuseren: het Directoraat-generaal Buitenlandse betrekkingen van de Europese Commissie, de eenheden van het buitenlands- en veiligheidsbeleid – die nog maar enkele maanden geleden in handen waren van Solana, secretaris-generaal van de Europese Raad – en een groot aantal gedetacheerde nationale diplomaten die in deze nieuwe dienst ondergebracht zullen worden.

Loopgravenoorlog

In theorie leek het wel een aardig idee te zijn. Maar nu het uur der waarheid aangebroken is, blijkt deze fusie veel meer voeten in de aarde te hebben dan gedacht. De Raad en de lidstaten voelen er niets voor om de instrumenten die zij ter bestrijding van de crisis gebruiken onder toezicht van de Europese Commissie te stellen. De Commissie is van haar kant terughoudend om de indrukwekkende financiële instrumenten waarover zij beschikt uit handen te geven aan de nationale diplomaten (waaronder het felbegeerde beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking).

En het Europees Parlement, dat zich altijd als de underdog gedraagt, komt nota bene als grote overwinnaar van alle nieuwe verdragen uit de bus en staat te trappelen om zijn nieuwe begrotingsbevoegdheden aan te wenden zodat het een flinke vinger in de pap heeft bij het samenstellen van de nieuwe dienst. Er zijn zelfs mensen die het woord “loopgravenoorlog” in de mond nemen. Maar het sop is de kool niet waard, want als je de opeenvolgende conceptteksten leest, begrijp je meteen dat de Europeanen alleen maar in staat zijn om te muggenziften over wetsartikelen, organogrammen en voetnoten. En al die tijd wacht de rest van de wereld gelaten af.