Wat zijn de effecten van de bevolkingsafname voor de toekomst van Europa ? Er zijn genoeg onderzoekscentra die zich al een lange tijd bezig houden met deze vraag. In veel landen blijft het geboortecijfer dalen. Door de crisis zijn de migratiestromen ook afgenomen en lijken daarbij niet voldoende om het tij te keren. De voornaamste angst van met name de Europese politiek leiders is dat de wereldwijde invloed van de entiteit Europa, met nauwelijks een half miljard inwoners, zal verdwijnen ten gunste van de reuzen China of India, die elk een bevolkingscijfer hebben dat ruim boven een miljard uitkomt.

De omvang van de bevolking is natuurlijk belangrijk : een president die een miljard burgers vertegenwoordigt legt niet hetzelfde gewicht in de schaal als een andere die er maar een klein aantal vertegenwoordigt, met name omdat een grote bevolking de markt en de consumptie voeden, investeerders aantrekken, etc. Maar het is net zo duidelijk dat alleen het aantal geen macht kan vormen, noch een politieke macht, noch een economische. De demografische structuur van een land – net als zijn economische en sociale structuur – wordt niet alleen bepaald door het aantal, het gaat er ook om hoe deze is opgebouwd. Vanuit dit oogpunt is het niet de bevolkingsafname zelf die zorgwekkend is, maar vooral de snelle veroudering van de bevolking. De grote macht van India ligt niet alleen in zijn 1,1 miljard mensen, maar vooral in het feit dat 50% van deze bevolking jonger is dan 25 en dat 65% jonger is dan 35 jaar. In China is de gemiddelde leeftijd 34 jaar. Ter vergelijking : in Italië is de gemiddelde leeftijd 43 jaar, in Duitsland 44 en in Frankrijk, een van de ”jongste” landen van Europa, 40 jaar.

De veroudering van de Europese bevolking heeft niet alleen, zoals het vaak en terecht geconstateerd wordt, grote gevolgen voor het pensioenstelsel en de sociale uitgaven. Deze heeft ook een grote impact op de productiviteit, het vermogen te innoveren en de productie van een land. Er wordt te weinig over deze vragen nagedacht. Men vraagt zich wel af wat het betekent om zoveel oudere mensen te hebben, maar er wordt veel minder stil gestaan bij wat het betekent om zo weinig jongeren te hebben. Een jonge bevolking hebben betekent vooral dat er actieve mankracht aanwezig is, met een nog frisse, hedendaagse opleiding en dito capaciteiten. Een jongere van 25 die is gewapend met een gloednieuw diploma weet van alle nieuwe technologieën gebruik te maken, terwijl iemand van 45 of 50 jaar zijn diploma op z’n best twintig jaar geleden heeft gehaald, waarschijnlijk heeft hij zijn scriptie nog op een ouderwetse schrijfmachine getikt. Iemand van onder de 30 werkt over het algemeen meer uren voor een salaris dat nog niet zo hoog is vanwege opgebouwde dienstjaren en promoties.

Met andere woorden: hij produceert meer tegen lagere kosten, hij is meer gedreven om zich te bewijzen, om te leren en over het algemeen helpt hij het systeem om sneller te veranderen, om in een hoger tempo en tegen minder hoge kosten te produceren en te vernieuwen. Dit geldt in een nog hogere mate in meer dynamische samenlevingen waar de ”investeringen” in termen van opleiding en werk meer opleveren. In een Europa waar de middenklasse nu al weer een tientallen jaren geleden explosief is toegenomen en waar gezinnen steeds vaker één kind hebben, lijkt de nieuwe generatie meer beschermd te worden in vergelijking met de jonge Chinezen of de jonge Indiërs en is deze ook minder gemotiveerd om zich competitief op te stellen. Des te meer omdat Europese jongeren worden geconfronteerd met economieën die langzamer groeien en waarin de sociale en economische vooruitzichten op herstel en groei klein zijn. Hierover zou Europa moeten nadenken.

De aanwezigheid, de energie en de groeimogelijkheden van nieuwe generaties : dat is wat het verschil maakt voor de toekomst en voor de wereldwijde invloed van een land. Jongeren dragen op doorslaggevende wijze bij aan technologische vernieuwingen, maar ook aan een grotere culturele dynamiek en wereldwijde trends. Overigens worden ook de grenzen in kunst, wetenschap en massacultuur vaker geslecht door nieuwe generaties die zich graag willen bewijzen dan door vijftigers en zestigers die veel ervaring hebben.

Het demografische vraagstuk van Europa is een probleem dat zo snel mogelijk onderzocht moet worden. Maar, voor we ons afvragen hoe we het aantal Europese burgers moeten vergroten, in de wat naïeve hoop dat met het demografische gewicht we ook ons politieke gewicht in de wereld kunnen laten toenemen, zou Europa zich moeten concentreren op de inrichting van een meer vloeiende economische en sociale omgeving, die dynamisch en aantrekkelijk is voor jongeren vanuit de hele wereld, met minder bureaucratie, minder erfgoed en vooral meer prikkels tot productiviteit, vernieuwing en het oprichten van bedrijven. Kortom, om te proberen van het Oude Continent een land te maken voor jongeren, een land dat een sociale en culturele invloed genereert die nodig is om wereldwijd echt invloed uit te oefenen.