De kloof groeit tussen Brussel en Teheran

Gedurende een aantal jaren hebben de EU-lidstaten ervoor gekozen met Iran te onderhandelen. Maar de verharding van het Iraanse bewind toont aan dat deze houding het Westen geen windeieren heeft gelegd en laat elke hoop op democratische verandering in rook opgaan. De verschillen lijken te groot om te overbruggen.

Gepubliceerd op 26 juni 2009 om 13:27
 | Javier Solana (links) en Ali Larijani (tweede van links) bij een gemeenschappelijke verklaring in Madrid op 31 mei 2007. AFP

Van 2005 tot 2008 heeft Javier Solana, de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, Teheran bezocht samen met de Franse, Britse en Duitse ministers van Buitenlandse Zaken. Het doel was om niet alleen de belangen van de Europese Unie te behartigen, maar ook die van de Verenigde Staten. Samen hebben ze geprobeerd om Ali Larijani, toentertijd bemiddelaar in de nucleaire kwestie, ertoe te bewegen nauwkeurige afspraken te maken over het streven van Teheran naar de atoombom. Solana moest het zo aanpakken dat de Verenigde Staten en de IAEA, het internationale bureau voor atoomenergie (International Atomic Energy Agency) hun relaties met Iran niet zouden verbreken. Dit is Europa uiteraard niet gelukt. Maar door dit opzettelijke getalm hebben de Iraanse autoriteiten wel hun plannen aangepast. Het was een geslaagde diplomatieke actie.

Vandaag keuren de Franse, Britse en Duitse leiders de onregelmatigheden die de Iraanse presidentsverkiezingen van 12 juni hebben bezoedeld openlijk af. Washington wil duidelijk niet deelnemen aan deze frontale veroordeling. Obama heeft hier ongetwijfeld zijn redenen voor, ook al zal hij zijn afstandname duur moeten betalen. Mahmoed Ahmadinedjad verzekert dat er wel degelijk sprake is van evenwicht in Iran. Ook hij moet het toezicht van de Raad van Experts, de Raad van Hoeders en de Raad van Geschiktheid en Oordeel accepteren, en ook de beslissingen van de Opperste Leider wat betreft de verdediging in acht nemen.

De geografische afstand tussen Brussel en Teheran is groot, meer dan 4.000 kilometer; maar de mentale afstand is nog groter.

Europeanen en Amerikanen proberen het hoofd te bieden aan een uitzonderlijke situatie die voortkomt uit een hele serie oplichterijen. Ze proberen dit door middel van al bestaande én uit onderhandelingen voortgekomen werkwijzes. De verhelderende en transparante debatten vormen een goede methode om de meningsverschillen tussen staten en belangengroepen op te lossen. De Iraanse boodschap is echter van heel andere aard en kan symbolisch samengevat worden door beschietingen door de Basij-militie op demonstranten. De Opperste Leider denkt op 10 miljoen van deze militieleden te kunnen rekenen die in alle uithoeken van het land worden gerekruteerd en die ongeorganiseerd en zonder discipline te werk gaan. Maar in het hele land zijn er nauwelijks meer dan 500.000.

Iran probeert zijn eigen kernwapen te ontwikkelen. Maar in hun pogingen hiertoe, hebben de Iraanse autoriteiten de methodes die hiervoor tot hun beschikking staan uit het oog verloren. Rusland, China, Pakistan en Iran maken geen deel uit van wat met minachting ‘conventionele democratieën’ worden genoemd. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, Frankrijk, Groot-Brittannië en India. En dat maakt een heel verschil.

OPINIE

Iraanse revolutie: een fantasie van het Westen

De media zijn verdeeld in hun reacties op de gebeurtenissen in Iran. In het dagblad Times, prijst David Charter de harde lijn van Europa in tegenstelling tot de zwijgzame houding van het kabinet-Obama. “Iraanse diplomaten zijn door hun ambassades in Parijs, Praag, Helsinki, Den Haag en Stockholm op het matje geroepen”. Deze reacties moeten begrepen worden in de geschiedkundige context. Herinneringen aan de Fluwelen Revolutie in Tsjechië, de opkomst van Solidariteit in Polen en de Oranje Revolutie in Oekraïne “hebben bijgedragen tot de snelheid waarmee de EU tot een goed gecoördineerde veroordeling van het Iraanse bewind kwam”.

In de Guardian hekelt Lionel Beehner de “dromers in de Westerse media” die voorspellen dat het Iraanse regime op instorten staat. Westerlingen hebben volgens Beehner “de neiging om in het minste of geringste opstandje een nieuwe bestorming van de Bastille te zien”. Een bewind gaat echter niet zo snel ten onder. Voorspellingen dat de junta in Birma uit elkaar zou vallen toen monniken in 2007 demonstreerden, kwamen niet uit. En de zogenaamde Oranje Revolutie in Oekraïne bleek slechts een politieke “stoelendans” te zijn. Het Westen, zo meent hij, zou zich er niet mee moeten bemoeien. “Steeds als het Witte Huis zijn steun geeft aan een bewindsverandering of staatsgreep, denkt het Westen dat er een revolutie op tilt is”.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp