De menselijke ziel onder het kapitalisme

Op de dag dat de G20 top in Pittsburgh begint, schrijft auteur Jeremy Seabrook in een essay in the Guardian dat om wereldwijde problemen als de klimaatverandering en de economische crisis aan te pakken, wij zelf moeten ontsnappen uit de mal die ons tot marktgerichte, hebzuchtige individuen maakt.

Gepubliceerd op 24 september 2009 om 16:01

Puriteinen en moralisten stellen consumentisme, de bonuscultuur, de materialistische maatschappij, de leef-nu-betaal-later-filosofie vaak gelijk met ‘hebzucht’. Maar deze zaken zijn, net als alle andere zonden en ondeugden, in een nieuwe vorm gegoten door de veranderde ethiek van het kapitalisme. Veel van wat werd beschouwd als een menselijk gebrek is nu omgezet in een sterk economisch punt. Hebzucht heet tegenwoordig ambitie, afgunst gaat door voor een uiting van gezonde competitie, vraatzucht is gewoon een natuurlijk verlangen naar meer en lust is een noodzakelijke expressie van ons diepste wezen. Verleiding is geen impuls meer waar tegen gevochten moet worden: het is onze plicht om eraan toe te geven in naam van een zeer verheven doel, het consumentenvertrouwen.

Eigenschappen die in een primitievere tijd werden beschouwd als negatief zijn als bij toverslag veranderd in goede eigenschappen en zo is het makkelijk om onszelf ervan te overtuigen dat ze in de menselijke aard liggen. Dit maakt het als het ware toelaatbaar om onmatig, genotzuchtig en hebberig te zijn. De ethiek van economische groei en expansie is binnengedrongen in de psyche, het diepste van het wezen waar mensen worstelen om een goed mens te zijn, en heerst nu als de ultieme openbaring van wat het menszijn betekent. Het succes van de geïndustrialiseerde maatschappij is afhankelijk van deze macabere uitleg van de ‘realiteit’. ‘Je kunt de menselijke aard niet veranderen’ is het eerste artikel in het credo van het kapitalisme; een enigszins bedroevende erkenning dat de mens in wezen zelfzuchtig is, hopeloos ‘gevallen’ dus eigenlijk.

Een morbide verlangen naar het onbereikbare

Het eerste artikel van het kapitalisme is de onveranderlijkheid van de menselijke aard, en het tweede het niet-aflatende veranderen, domineren en plunderen van de rest van de natuurlijke wereld. De natuur zelf is oneindig plooibaar, bestemd om te gebruikt en gevormd te worden voor ieder doel dat de ‘mensheid’ zich stelt. Hele continenten zijn onderworpen, wouden gekapt, waterstromen omgeleid, de grond uitgeput, de zeeën leeggevist; alleen de onoverwinnelijke menselijke aard blijft triomferen.

De overtuiging dat de natuur van ons is en dat we ermee kunnen doen wat we willen, maar dat de menselijke aard onveranderd blijft, heeft geleid tot talloze wereldcrises – de klimaatverandering, de toenemende ongelijkheid, en, minder in het oog springend maar misschien nog belangrijker, een alomtegenwoordig, noodlottig en morbide verlangen naar het onbereikbare. Tegenwoordig wordt erkend dat de verstoring van de biosfeer, de verslaving aan vooruitgang en de opeenstapeling van effecten van het menselijk handelen hebben geleid tot de opwarming van de aarde, maar er is – begrijpelijkerwijs – veel meer weerstand om de rol van de onveranderlijke menselijke aard te erkennen in het bereiken van deze droefgeestige situatie.

De marktgedreven fictie van de menselijke aard aanpakken

In dit systeem kunnen we niets ten dele veranderen omdat het in zijn soort een holistische zienswijze van de wereld is. Alle oplossingen voor de bedreigingen die de globalisering met zich meebrengt, vergen een omkering van de ideologie: noodzakelijk is het tegenovergestelde van het cynische, vanzelfsprekende fatalisme over de aard van de mens, daar dit heeft geleid tot immobiliteit en een gevoel van machteloosheid om op doeltreffende wijze de huidige crisis aan te pakken.

Het meest urgent is het aanpakken van dat fictieve idee over de menselijke aard, die wordt gezien als het enige vaste gegeven in een constante stroom van koortsachtige verandering en groei. De menselijke aard is niet zoals hij wordt afgeschilderd door de zichzelf rechtvaardigende profeten van de economische ideologie. Het is een manier om mensen te dwingen zich op een bepaalde manier te gedragen en dan het resultaat van een dergelijk gedrag goed te keuren als overeenkomstig met de menselijke aard. Als er geen ruimte is voor andere eigenschappen van de mens zal deze sombere visie onvermijdelijk onze aanleg voor ruimhartigheid, onzelfzuchtigheid, opoffering en vriendelijkheid verdringen. We weten dat deze eigenschappen bestaan maar ze zijn niet welkom aan het sombere economische banket, behalve voor de filantropische kruimels van de restjes. Meedogenloos, egoïstisch, individualistisch – als deze eigenschappen worden beloond, wie zal ze dan niet cultiveren en de goede menselijke eigenschappen in het geheim toepassen, in de privé-sfeer waartoe ze zijn veroordeeld als bedervers van het economische spel?

Geïndustrialiseerde wereld, geïndustrialiseerde mensen?

Misschien zijn er voor de rijken andere manieren om welvarend te zijn en voor de armen andere wegen om uit de armoede te geraken dan we kennen. Maar ze blijven geblokkeerd door de onwrikbare overtuiging dat de methoden van de markteconomie – die alliantie van verwoesting van de natuur en de onschendbaarheid van onze menselijke aard – nog steeds de enige weg zijn naar de verwezenlijking van onze dromen en het vermijden van onze ergste nachtmerries.

Tegenwoordig wordt alom erkend dat het plunderen van de natuur moet stoppen, maar zonder de oorsprong van die roof onder ogen te zien worden onze kansen om te overleven elke dag kleiner. Er worden radicale vragen gesteld, waarvan niet de minste is waarom het tegenwoordig zo moeilijk is om onderscheid te maken tussen de aard van industrialisme en de industrialisering van onze eigen aard.

G20

Wereldregering gaat langzaam vooruit

Terwijl de vergadering voor de derde keer bijeen komt tijdens dit door de mondiale crisis getroffen jaar, wordt de G20 steeds meer beschouwd als ”de nieuwe plek voor wereldregering”, schrijft Nicolas Tenzer, voorzitter van een Franse denktank (”Initiatief voor internationale en Europese ontwikkeling van Franse expertise”) in de Figaro. Sinds de oprichting tien jaar geleden, heeft de G20 ongetwijfeld de G7-G8 vervangen als meest legitieme instantie om economische vraagstukken op planetaire schaal te behandelen. Maar ”de G20 is daarom nog geen perfecte instantie die in staat is om alles op te lossen”, brengt Tenzer in herinnering. De groep is informeel, houdt niet genoeg rekening met de belangen van ontwikkelingslanden en kan niet ”met een toverstokje” de rivaliteit tussen zijn leden wegnemen. Zolang de G20 geen ”structuur als spiegelbeeld” heeft onder de organisaties die actief zijn op het gebied van internationale financiën (IMF en Wereldbank), boeken we ”eervolle vooruitgang”, maar komt er geen ”revolutie”.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp