Goed voor de schroot?

De aankondiging van de sluiting van de Opelfabriek in Antwerpen is typerend voor de crisis waarin deze sector in Europa verkeert. Maar afgezien van de economische ontwikkelingen wordt in de pers de vraag opgeworpen hoe een bedrijfstak, die zo belangrijk is voor Europa, er in de toekomst uit komt te zien.

Gepubliceerd op 22 januari 2010 om 16:58
Het prototype Citroën C-Métisse op de beurs "Mondial de l’automobile de Paris", 2006. Foto: Jipol /Flickr

"*Opel Antwerpen slachtoffer, einde van het Vlaamse wonder", "Genadeklap voor Opel", "Opel dumpt 2.600 werknemers*". De Belgische pers is unaniem in de koppen boven artikelen over de door General Motors op 21 januari aangekondigde sluiting van de Opelfabriek in Antwerpen. "In een geglobaliseerde wereld waar multinationale ondernemingen de dienst uitmaken, is een kleine en politiek weinig voorstellende regio als Vlaanderen de perfecte locatie om de hakbijl boven te halen", schrijft dagblad De Morgen afkeurend.

Maar de kwestie Antwerpen staat niet op zichzelf. GM had al een aantal keren ontkend dat het van plan was fabrieken te sluiten, maar verwacht dat er vanaf nu 8.300 banen van de bijna 50.000 banen in Europa worden geschrapt, waarvan 4.000 in Duitsland, en dat de productiecapaciteit met 20% wordt teruggebracht. Volgens dagblad De Standaard is dit de grote vraag: "hoe ver staan we met de voorbereiding van een toekomst die niet gebaseerd is op massale assemblage van klassieke auto's? Want we moeten ernstig zijn: de gloriejaren van die sector komen nooit meer terug". Het dagblad is van mening dat de staat zijn verantwoordelijkheid moet nemen en dat de bedrijven zich vooral op innovatie moeten gaan richten, om deze crisis te boven te komen. *"Er zijn opportuniteiten in hoogtechnologische en milieuvriendelijke producten, onder meer voor elektrische auto's [...] de overheid heeft in de begeleiding van deze omslag een belangrijke rol. Zij moet de randvoorwaarden scheppen die innovatie bevorderen en investeringen aantrekken".*

Is de aangekondigde sluiting van de Opelfabriek een voorbode van het volledig verdwijnen van de Europese auto-industrie? Het schrappen van banen in andere landen zou de vrees daarvoor kunnen aanwakkeren, onderstreept de Franse krant Les Echos. Renault en Peugeot-Citroën hebben aangekondigd 10.000 banen te schrappen in 2009. Fiat is van plan de fabriek op Sicilië te sluiten, waar nu nog 1.400 man werkt. En de "opeenstapeling van de crisis, het feit dat de markt verzadigd is geraakt, de technologische ontwikkelingen en de voorgeprogrammeerde komst van nieuwe concurrenten uit Azië kan deze dreiging niet wegnemen".

Eén op de vijf auto's wordt in Oost-Europa gemaakt

Toch voert dit Franse economisch dagblad als argument aan dat "Europa qua concurrentiepositie misschien nog nooit zo sterk is geweest". "Volkswagen steekt de grootste autofabrikanten de loef af, met Toyota aan kop, Renault blijft de pionier en het model van de geslaagde transcontinentale allianties, Fiat koopt Chrysler en Audi terug en Mercedes en BMW kennen nog steeds hun gelijke niet in de wereld".

Het probleem dat zich voordoet in de Europese auto-industrie gaat dan ook niet zozeer over de dreiging dat er een einde komt aan de bedrijfstak op zich, maar "aan de manier van produceren", aldus Les Echos. De Duitse, Franse en Italiaanse autofabrikanten zijn "ten prooi gevallen aan hun eigen krijgslist", die bestond uit het decentraliseren van de productie naar Oost-Europese landen toen de economische crisis begon en de Europese markt verzadigd was geraakt. "Tegenwoordig wordt één op de vijf auto’s in Polen, Hongarije, Roemenië of Slowakije geproduceerd. In moderne fabrieken, die veel rendabeler zijn dan de traditionele fabrieken, die het nu moeilijk hebben. Het gevolg is een overproductie, die lastig te becijferen valt, maar die, gezien het feit dat de markt is ingestort, binnenkort zelfs wel eens meer dan 50% zou kunnen bedragen", zo valt te lezen in een analyse in deze krant. "Het zal een pijnlijke overgang zijn, maar een aantal andere sectoren, onder andere de metaalindustrie, heeft dit proces al eerder doorlopen. We weten dus hoe het verhaal verder gaat. Concentratie van spelers, modernisering van de productiemiddelen en productspecialisatie naar het duurste segment".

"België kan als voorbeeld dienen voor de Duitse regering, die beweerde dat ze het voortbestaan van Opel kon garanderen", luidt het commentaar in de Duitse krant Der Tagesspiegel. "Hoewel de Vlaamse regering Opel had willen steunen met een bedrag van 500 miljoen euro, heeft General Motors de fabriek in Antwerpen toch opgeofferd. Soms is geld dus ook niet alles".

Dit verhaal illustreert goed dat regeringen niet in staat zijn grote bedrijven in hun land te redden, aldus het commentaar in de Franstalige Belgische krant La Libre Belgique. "Feitelijk blijkt er een dubbel onvermogen uit: ten eerste dat de politiek in een wereldwijde economie niet langer in staat is enige invloed uit te oefenen op de loop der dingen […] En ten tweede dat Europa er niet in slaagt om uit te stijgen boven de nationale eigen belangen binnen de EU, door tegen het dictaat en de pressiemiddelen van de hele grote bedrijven in te gaan met een duidelijke, maatschappelijk verantwoorde en gezamenlijke reactie, die het algemeen belang dient".

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp