Ljubljana ingehaald door de crisis

Slovenië, vroeger het toonaangevende land binnen Joegoslavië, was de eerste postcommunistische staat die de euro invoerde maar heeft nu grote moeite de crisis van 2009 te boven te komen. En voor de nieuwe, en kwetsbare, regering van Janez Janša zal het een hele opgave worden het land uit de impasse te trekken.

Gepubliceerd op 15 februari 2012 om 09:37
Demonstranten van de beweging "Occupy Ljubljana" bij het Sloveense beursgebouw, 15 oktober 2011.

**Ooit was Slovenië een voorbeeldige leerling, maar nu is het land in een worsteling verwikkeld om uit het dal te klimmen na de economische malaise van 2009. Middelpunt van de beproeving is de belangrijkste financiële instelling van het land, de Nova Ljubljanska Banka (NLB).

Vijf jaar na de toetreding tot de eurozone staat de Sloveense economie er erg slecht voor. Ljubljana heeft zich nooit echt hersteld van de vrije val van 8 procent van zijn bbp in 2009, toen de financiële crisis op zijn hevigst was. Eurostat verwacht dit jaar een groei van 1 procent in combinatie met een snel oplopend tekort en een stagnerende consumptie. Sloveense analisten zijn echter minder optimistisch en gaan uit van een groei van 0,2 procent. Zij houden zelfs rekening met een recessie als de eurozone nog verder in het slop raakt.**

Het land heeft een geloofwaardigheidsprobleem

"Een dergelijke vertraging van de groei is hoofdzakelijk te wijten aan de verslechtering van de internationale economische situatie, die tot minder export en minder investeringen heeft geleid", stelt Bosztaj Vasie, directeur van het Sloveense bureau voor macro-economische analyses en ontwikkeling, in een vraaggesprek met het dagblad Finance. Maar dat is slechts één van de moeilijkheden waarmee Slovenië te kampen heeft. Het land heeft ook een geloofwaardigheidsprobleem. De afgelopen periode heeft Fitch de kredietstatus van Ljubljana tweemaal verlaagd. In september werd het land afgewaardeerd van AA tot AA- en enige tijd daarna werd het onder toezicht geplaatst.

En dat is terecht, want de overheid slaagt er niet in het overheidstekort te beteugelen, dat sinds 2009 nooit tot onder de grens van 5 procent is gedaald. De prognoses voor het lopende en komende jaar zijn net zo pessimistisch. Het plan voor het terugdringen van het tekort is door de bevolking gedeeltelijk naar de prullenbak verwezen. In een referendum heeft 72 procent van de burgers zich uitgesproken tegen de hervorming van de pensioenen waarbij de pensioengerechtigde leeftijd naar 65 jaar zou worden opgetrokken. De onenigheid over deze kwestie heeft geresulteerd in de val van de regering en in vervroegde verkiezingen.

Nieuwe coalitie zal geen toonbeeld van stabiliteit zijn

Zoran Janković, leider van de winnende centrum-linkse coalitie, slaagde er niet in een regering te vormen. Pas twee maanden na de verkiezingen (op 4 december 2011) heeft het Sloveense parlement op 28 januari ingestemd met de benoeming van de liberaal Janez Janša tot premier [en op 10 februari heeft de regering de eed afgelegd].

Janša belooft grote veranderingen: vermindering van de overheidsuitgaven met 5 procent, geleidelijke verlaging van de vennootschapsbelasting van 20 naar 15 procent, verhoging – van 40 tot 100 procent – van de belastingaftrek voor investeringen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en bevriezing van de pensioenen tijdens de crisis. Of deze plannen haalbaar zijn, is overigens nog maar zeer de vraag. De nieuwe coalitie zal beslist geen toonbeeld van stabiliteit zijn: de vier deelnemende partijen hebben samen slechts een zeer kleine meerderheid in het parlement.

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp