Het einde van de tunnel is nog niet in zicht

Na een zomer waarin de Europeanen hun ellende vergaten en lagen te bakken op de stranden, is het nu tijd voor een realitycheck. Want de fundamentele problemen van de eurozone zijn nog niet opgelost, schrijft Nouriel Roubini.

Published on 1 October 2010

Allereerst voorkwameen financiële reddingsoperatie van honderden miljarden euro’s in mei onmiddellijk bankroet door Griekenland en het instorten van de eurozone. Maar nu zijn de renteverschillen (spreads) voor staatspapier in de perifere landen van de eurozone echter weer even hoog als tijdens het hoogtepunt van de crisis in mei.

Ten tweede trachtte men met een in elkaar geflanste serie financiële stresstests de markten te overtuigen dat de Europese banken slechts € 3,5 miljard aan vers kapitaal nodig hadden. Nu blijkt dat alleen al Anglo Irish Bank met een gat van 70 miljard kan zitten, wat tot ernstige zorgen leidt over de werkelijke gezondheid van andere Ierse, Spaanse, Griekse en Duitse banken.

Ten slotte heeft een tijdelijke versnelling van de groei in de eurozone in het tweede kwartaal wel een boost gegeven aan de financiële markten en de euro, maar het is duidelijk dat de verbetering van voorbijgaande aard was. Het bruto binnenlands product (BBP) in alle perifere eurozonelanden krimpt nog steeds (Spanje, Ierland, en Griekenland) of groeit nauwelijks (Italië en Portugal). ZelfsDuitslands tijdelijke succes is vergeven van de waarschuwingen. In de financiële crisis van 2008-2009 zakte het BBP in Duitsland – vanwege de afhankelijkheid van de instortende wereldhandel – veel meer dan in de Verenigde Staten. Een tijdelijke opleving na zo'n sterke val is niet verbazend, en de Duitse output blijft onder het niveau van voor de crisis.

Cijfers uit Duitsland doen vermoeden dat de vertraging al is begonnen

Bovendien spelen in Duitsland en de rest van de eurozone alle factoren die in de tweede helft van 2010 en in 2011 tot een vertraging van groei in de meeste geavanceerde economieën zullen leiden. Fiscale stimuli veranderen in fiscale bezuiniging en remmen de groei. De voorraadaanpassingen die de bbp-groei enkele kwartalen hebben gestuwd zijn ten einde, en het fiscaal beleid dat alleen maar vraag gestolen heeft van de toekomst (denk aan de schrootpremie) is voorbij.

De vertraging van de algehele groei - en de huidige dreiging van een double-dip recessie in de VS en Japan – zullen hoe dan ook de groei van de export hinderen, zelfs in Duitsland. De meest recente gegevens uit Duitsland - teruglopende export, minder fabrieksorders, stagnerende groei van de industriële productie, en sterke daling van het vertrouwen van investeerders – doen vermoeden dat de vertraging al is begonnen.

In de periferie heeft de financiële reddingsoperatie van honderden miljarden euro’s en de niet zo stresserende stresstests voor uitstel gezorgd, maar het fundamentele probleem blijft: grote begrotingstekorten en grote overheidschulden die moeilijk voldoende zijn weg te werken. Dat komt door de zwakke regeringen en het publieke verzet tegen bezuinigingen en structurele hervormingen. Ook kampen veel landen met grote schulden op lopende rekeningen en buitenlandse verplichtingen in de privésector die lastig zijn te verlengen en af te lossen en een verminderde concurrentiepositie (door tien jaar verlies aan marktaandeel in arbeidsintensieve export aan opkomende markten, stijgende loonkosten en de sterke euro tot 2008). Daar komt nog een lage potentiële en feitelijke groei bij, en enorme risico’s voor banken and financiële instellingen (met uitzondering van Italië).

Daarom is Griekenland insolvabel en is een dwingende herstructurering van de overheidsschulden onvermijdelijk. Daarom zijn ook Spanje en Ierland in grote problemen en zelfs Italië – waar de begroting relatief wat gezonder is, maar een jaar of tien een vlak inkomen heeft gehad per hoofd van de bevolking en weinig structurele hervormingen – kan niet zelfgenoegzaam blijven toezien. Omdat bezuinigingen meer recessiedruk en waardevermindering op de korte termijn betekenen, zijn er in Duitsland meer monetaire stimuli nodig om te compenseren en een groeiende binnenlandse vraag, door middel van uitgestelde bezuinigingen. Maar de twee grootste politieke spelers in de eurozone – de Europese Centrale Bank en de Duitse overheid – willen daar niet van weten, in de hoop dat een goed BBP-kwartaal een trend aankondigt.

De eurozone is politiek verzwakt op EU- en nationaal niveau

De rest van de eurozone is er nauwelijks beter aan toe dan de periferie: de verontruste burger is zijn misschien nog niet ontwaakt in Frankrijk, maar de economie is daar op zijn zachtst gezegd slap – voor het grootste deel gedreven door een mini-vastgoedbel. De werkeloosheid ligt boven de 9%, het begrotingstekort bedraagt 8% van het BBP (groter dan Italië), en de overheidsschulden nemen hand over hand toe. Nicolas Sarkozy kwam aan de macht met heel wat praatjes over structurele hervormingen; zijn positie is nu verzwakt, zelfs binnen zijn eigen partij, en hij heeft regionale verkiezingen verloren aan links (het enige geval in Europa van recente verkiezingen met een verschuiving naar links). Daar hij in de presidentsverkiezingen van 2012 geduchte tegenstand kan verwachten van de socialistische kandidaat – zeer waarschijnlijk de formidabele Dominique Strauss-Kahn – , zal Sarkozy waarschijnlijk grote bezuinigingen uitstellen en alleen wat cosmetische structurele hervormingen doorvoeren.

De Belgische premier Yves Leterme spreekt in zijn functie van huidige voorzitter van de EU van grotere eenheid en coördinatie van de Europese politiek. Maar Leterme lijkt niet in staat zijn eigen land bijeen te houden, laat staan Europa te verenigen. Zelfs de positie van Angela Merkel – in een groeiend Duitsland – is binnen haar eigen coalitie verzwakt. Andere leiders in de eurozone worden geconfronteerd met halsstarrige politieke oppositie: Silvio Berlusconi in Italië, die naar men hoopt snel van het toneel zal verdwijnen, José Luis Rodríguez Zapatero in Spanje, George Papandreou in Griekenland. En de politiek wordt in veel delen van Europa nationalistisch en tegen allochtonen gericht, wat zich weerspiegelt in acties tegen immigranten, aanvallen op de Roma, islamofobie, en toename van het aantal extreemrechtse partijen.

We moeten dus concluderen dat een eurozone met behoefte aan bezuinigingen, structurele hervormingen en een adequaat macro-economisch en financieel beleid, politiek verzwakt is op zowel EU- als nationaal niveau. Daarom is mijn meest rooskleurige scenario dat de eurozone de komende jaren nog wat zal aanmodderen. Maar mijn somberste scenario (met een waarschijnlijkheid van één op drie) is dat de eurozone uiteenvalt door de combinatie van schuldherschikkingen en een paar zwakke economieën die eruit stappen.

Do you like our work?

Help multilingual European journalism to thrive, without ads or paywalls. Your one-off or regular support will keep our newsroom independent. Thank you!

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Support border-free European journalism

Donate to bolster our independence

Related articles