Nieuws Oostelijk Partnerschap

Politiek van kleine stapjes

Twee jaar geleden lanceerde de EU op initiatief van Polen het Oostelijk Partnerschap met een aantal landen van de vroegere Unie van Sovjetrepublieken. Nu Warschau het voorzitterschap heeft overgenomen, maken deskundigen een nogal teleurstellende balans op van dit project.

Gepubliceerd op 11 juli 2011 om 16:23
De hoofdstraat in Kiev.

Op de Facebook-pagina die gewijd is aan deze gebeurtenis kunnen we vooral commentaren lezen van het soort: "Wat een prachtige woorden, maar wanneer gaat er concreet iets gebeuren?" "Is het Oostelijk Partnerschap, het speerpuntproject dat door Polen wordt gedragen, dan toch een farce?"

In twee rapporten wordt een poging gedaan het effect van het Partnerschap te evalueren.

Het eerste rapport is opgesteld door de Europese Raad voor Buitenlandse Betrekkingen (ECFR). Daaruit blijkt dat de Europese Unie niet eerder zo nadrukkelijk aanwezig was in deze regio na het tijdperk van de Sovjetrepublieken. Toch slaagt de EU er niet in deze aanwezigheid te vertalen in macht om daarmee wezenlijke invloed uit te oefenen op het beleid van Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië en Oekraïne.

Het lukt de EU niet alleen niet om de democratie in deze landen te bevorderen, maar ook niet om op te komen voor haar eigen economische belangen. De schrijvers van het rapport, Nicu Popescu en Andrew Wilson, wijzen vooral op een versterking van de autoritaire tendens in alle landen die bij dit Partnerschap zijn betrokken, met uitzondering van Moldavië. Wit-Rusland, Armenië en Azerbeidzjan voldoen aan geen enkele democratische norm. Oekraïne en Georgië zijn beslist democratischer maar halen het niveau van de westerse democratie niet.

Een argument dat klinkt als een magische formule

De heren Popescu en Wilson zijn van mening dat het mislukken van de democratisering in Oost-Europa kan leiden tot een vergelijkbare revolutionaire opstand als momenteel in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De consequenties van een dergelijk scenario zijn duidelijk: een stroom aan illegale immigranten, extra uitgaven voor conflictbeheersing en voor het sturen van vredesmissies, onderhandelaars, waarnemers, enzovoorts.

Het is dus in het belang van de EU om zich zo snel mogelijk te richten op het oosten. Hettweede rapport over het Oostelijk Partnerschap is uitgewerkt door analisten van het Poolse Instituut voor Staatszaken (ISP) in Warschau. Eén van de auteurs, Elzbieta Kaca, verklaart daarin vooral dat "na twee jaar de balans voor het Partnerschap negatief uitvalt. Toch kan de top van het Oostelijk Partnerschap in Warschau van komende najaar daarin verandering brengen. Een succes zou het leiderschap van Polen in het EU-beleid met betrekking tot Oost-Europa kunnen versterken, terwijl de mislukking daarentegen zou kunnen leiden tot het marginaliseren van het Partnerschap.

Poetin is verleidelijker dan het Europese model

Dit argument, waar door Poolse diplomaten op wordt gehamerd, klinkt een beetje als een magische formule. Waarom zouden we immers geloven dat een top, waarbij de leiders van de zes voormalige Sovjetrepublieken en de EU bijeenkomen, in zijn eentje überhaupt iets zou kunnen veranderen. Om te zorgen dat het Partnerschap zich ontwikkelt is het immers van belang dat de bevolking van de landen in kwestie zich werkelijk aangetrokken voelt door en geïnteresseerd is in een alliantie met Europa. De elites zijn eerder geneigd zich te laten verleiden door het voorbeeld van Poetin dan door het Europese model.

De werkelijke uitdaging van het Partnerschap is om meer bekendheid over EU de te verspreiden in landen als Armenië, Azerbeidzjan en Wit-Rusland en om hun leiders ertoe aan te zetten om voor het Europees model te kiezen, een missie die eerder twintig dan twee jaar gaat duren.

De implementatie van het Europese model lijkt gemakkelijker in Georgië, Moldavië en Oekraïne, waar de bevolking veel meer pro-Europees is, net als de elites, officieel in elk geval. In deze drie landen is de voornaamste inzet om officiële woorden om te zetten in daden.

Volgens de opstellers van het rapport van de ISP ligt de sleutel voor succes van het Partnerschap in het op korte termijn afsluiten van een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Oekraïne, dat daardoor in de economische invloedssfeer van de EU terechtkomt, met handelsregels en gemeenschappelijke douanetarieven. Oekraïne zou zijn Europese integratie met het tekenen van een dergelijke overeenkomst grotendeels verwezenlijken.

Tijdens het Poolse voorzitterschap van de EU, dat op 1 juli van start gaat, zou een dergelijke vrijhandelsovereenkomst kunnen worden getekend. Maar Oekraïne wordt in verleiding gebracht door een concurrerende overeenkomst, waardoor een vrijhandelszone met Wit-Rusland, Kazachstan en Rusland wordt gevormd en dat zou elke vorm van economisch samengaan met Brussel op het spel zetten. Moskou gaat steeds meer druk uitoefenen en daarom is het lastig te voorspellen hoe de keuze van de regering in Kiev zal uitpakken.

Het succes hangt af van grote moderniseringsprojecten

Het rapport meldt de mogelijkheden om visa te verkrijgen als de beste manier om de oriëntatie op Europa in de partnerlanden aan te moedigen. Ook op dit punt heeft Oekraïne met zijn programma om in twee etappes te komen tot een vrijstelling van visumplicht het meeste vooruitgang geboekt. Maar het huidige akkoord om sneller visa te verstrekken maakt geen gewag van een concrete datum waarop het proces is voltooid, tot grote wanhoop van de Oekraïners.

Moldavië wil graag onderhandelen over een vergelijkbaar plan, dat uiteindelijk moet leiden tot het afschaffen van de visumplicht. Hetzelfde geldt voor Georgië dat met de EU op dit moment een eenvoudige overeenkomst heeft gesloten voor het vergemakkelijken van de afgifte van visa. Op de korte termijn kunnen de overige landen nauwelijks meer verwachten dan de simpele belofte dat ze in de toekomst vrijgesteld worden van de visumplicht. Het succes van het Partnerschap hangt bovendien af van grote moderniseringsprojecten in de landen in kwestie, zoals modernisering van het elektriciteitsnet.

Vaak zorgt het gebrek aan toegekende financiële middelen aan het Partnerschap er echter voor dat deze projecten niet kunnen worden verwezenlijkt, met als gevolg dat ze veelal in een bureaula verdwijnen. Het is dus van essentieel belang om te zorgen dat het Partnerschap over meer financiële middelen kan beschikken, in het kader van de EU of door hiervoor een beroep te doen op andere instellingen, zoals de Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling of op fondsenverstrekkers van buiten de EU, zoals de VS, Japan, Noorwegen of Zwitserland.

Aanvullende financiering zou moeten dienen om een groot project te verwezenlijken, dat, geheel door eigen middelen gefinancierd, het Partnerschap ook daadwerkelijk zichtbaar zou maken. Momenteel lijdt dit speerpuntproject echter schipbreuk. Zelfs al lijkt een overschot aan optimisme en triomfantelijkheid buiten proporties, de beweringen dat het Partnerschap al overleden zou zijn nog voor het goed en wel het licht heeft gezien, zijn behoorlijk overdreven.

Opinie

Laten we de ambivalentie vergeten

De landen van Oost-Europa lijken niet veel haast te maken met hun aansluiting bij de EU. Volgens het Poolse weekbladTygodnik Powszechny liggen daar twee oorzaken aan ten grondslag. Ten eerste ”blijven de politieke en financiële elites van de landen die onder het Oostelijk partnerschap vallen ervan overtuigd dat ze op de Westerse manier kunnen leven, terwijl ze zaken kunnen blijven doen op de Oosterse wijze en hun land ook op die manier kunnen regeren.” Op dit moment slagen ze daar inderdaad heel goed in. Ten tweede ”zoekt het oude Europa achter haar oostgrens waarschijnlijk niet meer dan een minimum aan stabiliteit en de mogelijkheid om vrijelijk haar bedrijfsleven te laten expanderen".

Polen moet dus niet verwachten dat er veel gaat veranderen tijdens zijn EU-voorzitterschap. Het land zou erin moeten slagen de collega-lidstaten te overtuigen om serieus over Oost-Europa te praten en daarin verder te gaan dan het gebruikelijke "we doen net of we jullie bij de EU willen en jullie doen net of je je bij ons wilt aansluiten”. ”De EU en de landen van het partnerschap moeten eerlijk zeggen wat ze van elkaar willen”, concludeert Tygodnik Powszechny. ”Wil Brussel alleen maar een stabiliteitszone achter de oostgrens van de EU creëren? Worden de associatieverdragen beschouwd als de ultieme fase van het nabuurschapsbeleid of als het begin van het grote Europese avontuur?

Are you a news organisation, a business, an association or a foundation? Check out our bespoke editorial and translation services.

Ondersteun de onafhankelijke Europese journalistiek.

De Europese democratie heeft onafhankelijke media nodig. Voxeurop heeft u nodig. Sluit u bij ons aan!

Over hetzelfde onderwerp